 |
Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek
Op het
Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan,
de F.C.I.-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven
voor de definitieve beoordeling. De aanduiding HD A betekent dat de hond
röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat
de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn. HD B (=overgangsvorm)
betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden,
die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar
waaraan in het kader van de fokkerij geen directe betekenis kan worden
toegekend. de aanduiding HD C(= licht positief) of HD D(= positief)
betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het
ziektebeeld van de HD zijn gevonden. Wanneer de heupgewrichten ernstig
misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (= positief in optima forma.)
F.C.I.-beoordeling
De F.C.I.-beoordeling is
een weergave van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende
code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit de F.C.I.
aangesloten landen te vergelijken.
De beoordeling
van onderdelen
Bij de beoordeling van
HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de
diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de
heupkommen en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de
heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de
aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit
de zogenaamde "Norbergwaarde". De Norbergwaarden van het linker en het
rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het
rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is
de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarde van beide
heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben
dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de
gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige
HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Nornbergwaarde
betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede
heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en
incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede
gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan,
zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (lichte)-HD-positief
beoordeling. Op het certificaat wordt dit duidelijk gemaakt door de
vermelding van "onvoldoende"of "slechte" aansluiting. Ook wordt
informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen
hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom.
Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting
van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de
aanwezigheid van "botafwijkingen". Er is een rechtstreekse koppeling
tussen de ernst van de botafwijkingen en de uitslag: zeer lichte
botafwijkingen(1) leiden tot beoordeling B, lichte (2) botafwijkingen
leiden tot de beoordeling HD C, en ernstige (3 ) botafwijkingen leiden
tot beoordeling HD D. De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal
een meer of minder duidelijk afvlakking van de voorste rand van de
heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien
dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen
doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.
HD-beoordeling
alle gegevens samen
bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel
uiteindelijk de doorslag geeft. een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald
zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting
van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een
combinatie van twee of alle drie de onderdelen en dit is weer te
herleiden uit de verschillende gegevens die op het certificaat
zijnvermeld.
|